Het departement Allier is gelegen in het noorden
van de regio Auvergne in midden Frankrijk en ligt zo'n 300 km ten
zuiden van Parijs. Rivieren, bossen en glooiende wallenlandschappen
maken samen de Allier tot een landschap dat eens de bakermat was
van een Frans vorstenhuis.
De streek Bocage Bourbonnais ligt in het noordwesten van de Allier.
Een gebied waar vooral het Fôret de Tronçais prominent
aanwezig is. Dit grootste eikenbos van Europa is een eeuwenoud woud
waar de Kelten reeds bekend mee waren. Het is een gebied waar de
wandelaar rust zal vinden maar ook veel kan ontdekken. Zoals bomen
van meer dan driehonderd jaar oud, fonteinen, een aantal Gallo-Romeinse
vindplaatsen en bosvennen. In een aantal van die bosvennen kan trouwens
prima gezwommen worden. |
|
 |
In het wallenlandschap van Bourbon zijn de weilanden
van elkaar gescheiden door heggen met bomen en struiken, de bocages.
Kastelen en priorijen herinneren aan het koninklijk verleden. Bourbon
l'Archambault is de wieg van de Bourbon dynastie en is een bekend
kuuroord met thermale baden. De thermen uit de 17e eeuw werden dankzij
de Hertog van Orleans, een broer van Lodewijk XIII, gebouwd.
Ook in Agonges is het koninklijke verleden nog steeds duidelijk
te zien. Maar liefst 14 kastelen telt deze gemeente en heeft daarmee
de hoogste 'kastelen-dichtheid' van Frankrijk. |
Romaanse kerken zijn er volop in de
Auvergne en Allier, zoals bijvoorbeeld in Agonges en Saint-Menoux,
vlakbij elkaar gelegen. Het bouwwerk in Saint-Menoux is gewijd aan
Menulphus, de Bretonse bisschop die hier in de zevende eeuw kwam
te overlijden, en is één van de zeldzame kerken met
een voorportaal van voor het jaar duizend. Saint Menoux is nog steeds
een klein bedevaartsoort voor mensen die na een bezoek aan de kerk
van hun stress- en hoofdpijnklachten hopen af te zijn. De bordjes
"Merci" duiden op vele dankbaren.
Het noord-westen van de Allier, de Bocage Bourbonnais, is zacht
glooiend tot heuvelachtig en prima geschikt voor rustige wandelingen.
In het zuid-oosten van het departement, de Montagne Bourbonnaise,
is het wat ruiger, bergachtiger.
|
 |
 |
De Allier is, zoals veel Franse departementen, genoemd
naar een rivier. De rivier Allier was ooit een belangrijke verbindingsweg
met binnenvaart maar is tegenwoordig vooral een natuurgebied. Elke
zomer nestelen er zo'n 120 vogelsoorten waaronder de kwak, griel
en ijsvogel. Uiteraard beperkt de natuur zich niet tot de rivier.
Roofvogels als de grijze buizerd en zwarte wouw komen in de hele
regio voor alsmede o.a. marters, dassen, eekhoorns, everzwijnen,
edelherten in het Fôret de Tronçais, ree-en, otters
en zelfs de Europese moerasschildpad.
De Allier is met zowel auto als trein binnen acht uur te bereiken.
Met de auto kiest u vanaf Parijs de A6 en A77 richting Nevers en
daarna gaat u nog een klein stukje verder over de N7 richting departementshoofdstad
Moulins. Met de Thalys staat u redelijk snel op het perron van Gare
du Nord in Parijs en vanaf Gare de Lyon gaat vervolgens een rechtstreekse
trein naar Moulins. |
|